Modern seinsysteem bij de Spoorwegen.
De “lat” vervangen door lichten
 
In de nacht van 23 op 24 October zal tussen Utrecht en Driebergen een nieuw lichtseinstelsel in dienst worden gesteld ter vervanging van de armseinpalen, of, zoals de meester op de locomotief ze noemde, de latten. Het idee van lichtseinen bij de spoorwegen is op zichzelf niet nieuw. Ook het automatische blokstelsel was al eerder toegepast, onder meer tussen Den Haag en Voorschoten. Het zijn hier echter geen nieuwe seinen, doch verbouwde palen van het verdwijnende systeem. Het „dag- en nacht lichtseinstelsel”, zoals de nieuwe beveiliging wordt genoemd, zal ín de toekomst op grote schaal worden toegepast. Het is de bedoeling om in de komende jaren geleidelijk alle hoofdbaanvakken van een automatisch blokstelsel te voorzien. Op het baanvak Utrecht-Arnhem, zijn reeds de nieuwe lichtseinen aangebracht, waarvan het gedeelte tussen Utrecht en Driebergen in de nacht van Zondag op Maandag in dienst wordt gesteld. Men heeft juist dit traject gekozen omdat deze lijn als eerste voor het grootste deel is voorzien van een nieuwe bovenbouw en dus ook op dat gebied is gemoderniseerd.
Na dit traject komt het baanvak Amsterdam-Utrecht aan de beurt. De chef van het Seinwezen der Nederlandse Spoorwegen, ir. J. H. Verstegen, ontwierp in samenwerking met zijn tijdens de spoor‑ wegstaking overleden voorganger ir. H.J. van Aalderen het systeem. Hij maakte na de oorlog enkele reizen naar Amerika en wist de „General Railway Signal company” te Rochester in de staat New York zover te interesseren, dat de seinen die voor het nieuwe stelsel nodig waren in Nederland in licentie vervaardigd konden worden door de speciaal daarvoor opgerichte Spoorweg Sein-Industrie. De aandelen van de nieuwe Nederlandse maatschappij zijn verdeeld tussen de „General Railway Signal cy” en Philips.

Twee soorten lichtseinen
De seinpalen, die overdag armseinen en 's nachts lichtseinen tonen, zijn in het nieuwe systeem vervangen door twee soorten lichtseinen. In de eerste plaats door seinen met één licht, dat de kleuren groen, geel of rood kan tonen en seinen met drie boven elkaar geplaatste lichten welke de combinaties wit-groen of wit‑ geel en een rode kleur kunnen geven. In het laatste geval branden de andere twee lichten niet. De nieuwe seinen geven niet meer een richting, doch uitsluitend snelheden aan. De palen met één licht komen voor op de vrije baan. De seinbeelden met drie lichten zijn alleen aangebracht voor stations en aansluitingen, dus daar, waar met verschillende snelheden gereden moet worden. Zowel de seinen met één licht ais die met drie lichten tonen rood als stopsein. Langs elk baanvak komen deze seinlichten ongeveer op afstanden van anderhalve kilometer voor, waardoor het baanvak in blokken is verdeeld.
Met de invoering van dit lichtseinstelsel is het schema van voor en hoofdsein al verlaten, daar iedere lichtseinpaal tevens de stand van de volgende aangeeft en dus tegelijkertijd hoofdseinpaal en voorseinpaal voor de volgende is. De stralenbundels zijn dermate geconcentreerd dat
ze bij iedere zonnestand duidelijk waar te nemen zijn. Een „ruststroom” die ononderbroken door rails en apparatuur gaat, zorgt ervoor, dat bij elke optredende storing automatisch de onveilige toestand wordt getoond. De wagenbestuurder moet zijn trein dan tot stilstand brengen en via de bij iedere Seinpaal aangebrachte telefooninstallatie met het dichtstbijzijnde station of post in verbinding stellen om nadere instructies, Met het nieuwe lichtseinstelsel zullen de Nederlandse Spoorwegen over een modern beveiligingssysteem beschikken. De automatische werking levert een belangrijke besparing op, die volgens de verwachting de aanschaffingskosten geheel zullen dekken.

Modern seinsysteem ij de spoorwegen

De nieuwe lichtsignalen die in de toekomst langs elke spoorlijn in Nederland tot de veiligheid zullen bijdragen. Rechts op de paal nog een oude “lat”.

 Tekst en foto krantenartikel